Verenigde provinciŽn

 

Twee ladingen tarwe,vier ladingen rogge. 12 vette schapen,twee vaten wijn, een compleet bed, een stel kleren, vier vette ossen, acht vette varkens. vier tonnen bier, twee vaten boter. een zilveren drinkhoorn en 1000 pond kaas: voor deze 'som' ging in het Holland van 1630 een tulpebol met de naam 'Viceroy' grif van de hand. De tulp had in de 16e eeuw haar intrede gedaan in Europese tuinen en de Windhandel' was nu op zijn hoogtepunt. Uiteindelijk zag de overheid zich genoodzaakt in te grijpen om aan de wilde speculatie een einde maken en de handel zakte in. Toch hadden de Nederlanders een nieuwe winstgevende sector aangeboord: de produktie van kwaliteitszaden en -bollen voor verkoop naar het buitenland. De bodem was er zo geschikt voor, dat Nederland nog steeds de kweektuin van Europa is.

 

De Verenigde ProvinciŽn In Noord Nederland begonnen aan hun Gouden Eeuw. Door de langdurige oorlog In de 16e en 17e eeuw waren de Lage Landen verdeeld geraakt: de zuidelijke provincies bleven in Spaanse. katholieke handen, de noordelijke werden in een federaal verband verenigd onder ťťn bestuur en waren formeel protestant. Toen er een eind kwam aan de strijd om de handelssuprematie in Noord-Europa openden zich schijnbaar onbeperkte perspectieven voor de Nederlanders. De bevolkingsdichtheid en de aard van het landschap maakten hen tot wetenschappelijke boeren en ingenieurs: ze bouwden dijken en polderden grote watervlakten in: droogmakerijen. Windmolens hielden de waterstand in de kanalen en weteringen rond de polders op peil.

Wetenschap kwam tot grote bloei in de Republiek. De universiteit van Leiden bracht een aantal briljante geleerden voort. Een echt universeel genie was Christiaan Huygens (16291695), zoon van de beroemde dichter-diplomaat Constantijn Huygens. Christiaan was wis-, natuur- en sterrenkundige en stond internationaal in hoog aanzien. Hij is o.a. bekend geworden door de uitvinding van het slingeruurwerk. Belangrijke tijdgenoten waren Antonio van Leeuwenhoek (1632-1723), de vader van het microscopisch onderzoek, de anatoom/bioloog Jan Swammerdam (1637-1680) en de medicus Hermanus Boerhaave (1668-1738).

 

 

Zwaar bewapende Nederlandse koopvaardijschepen schroomden niet handelsrivalen  onder vuur te nemen om hun leidende positie op scheepvaart Ėen handelsgebied gebied te beschermen. Uit Europa werden graan, laken en scheepsbenodighdheden gehaald en verhandeld voor specerijen en porselein uit het Oosten,fruit en zijde uit het Middellandse-Zeegebied en tabak, suiker, katoen en kinine uit Amerika.

 

 

'Volkskunst' Het leven van de gewone man had al eerder dan bij Vermeer en Jan Steen een eigen plaats In de Nederlandse schilderkunst. Op dit schilderij van Jan Breughel ontvangt een Vlaams boerengezin bezoek van drie weldoeners.

 

Een wijkplaats voor vluchtelingen

 

Handel en nijverheid bloeiden. Nadat Antwerpen door de Spanjaarden was veroverd en als vrijhandelshaven had uitgediend, kon Amsterdam de positie van belangrijkste handelscentrum in Noord-Europa overnemen. Het aantal inwoners steeg snel: van 50 000 in 1612 tot 200 000 in 1660. Inwoners uit de zuidelijke provincies die vluchtten voor Spaanse represailles, Franse hugenoten en anderen die aangetrokken werden door de Nederlandse tolerantie brachten kapitaal en kennis mee waardoor nieuwe takken van nijverheid zoals de textielindustrie,opbloeiden.

Joden die door de Spaanse regering waren verdreven vonden geleidelijk onderdak in de joodse wijk in Amsterdam en mede door hun toedoen wer de stad een geldmarkt van wereldformaat.

De in 1609 geopende beurs werd al gauw een verzamelplaats voor een luidruchtige menigte kooplieden die over wissels onderhandelde,aandelen kocht en verkocht en goederen verhandelde.

 

Omdat geen enkele koopman rijk of invloedrijk genoeg was om alleen op verre bestemmingen te reizen,richtte men  'compagnieŽn' op om de krachten te bundelen. De machtigste hiervan, de 'Vereenigde Oostindische Compagnie', stichtte een handelsimperium, in de Indonesische archipel met omverwerping van de plaatselijke machthebbers, om het monopolie op de handel in specerijen, met name kruidnagelen, veilig te stellen.

De Amsterdamse haven was een en al bedrijvigheid en lag vol merendeels langzame,loggeschepen waar slechts een kleine bemanning voor nodig was,maar die de bulkgoederen tegen de laagst mogelijke prijs konden vervoeren zodat de Zecven Provincieen de schippers van de wereld werden.

Bij aankomst ging de lading over in lichters,kleine ondiepe schepen,die naar de Dam voeren.Daar werd alles uitgeladen;ladingen werden gerigstrerd en gecontroleerd in de waag.

De goederen werden in handkarren of sleden verder vervoerd

Het gezicht van de Nederlandse samenleving werd niet bepaald door de kleine elite van regenten waar de stadsbesturen overwegend uit bestonden, maar door de grote middenklasse van hard werkende, spaarzame en sober levende burgers. Zij bouwden de hoge smalle grachtenhuizen

met hun fraaie gevels, vele ramen en hijsbalken. Op de middelste verdieping werd gewoond: op de be- gane grond was de werkplaats en de zolder diende als opslagruimte.Rond 1700 was het nietongewoon dat regenten en rijke burgers ook een buitenhuis hadden. Aanvankelijk was de gemiddelde buitenplaats niet veel meer dan een grote. Wat deftige boerderij. Uitbreidingen en verbouwingen en niet te vergeten een uiterst verfijnde tuinaanleg,gaven aan zo'n huis in de

loop der decennia vaak het aanzien van een klein paleis. Langs de Vecht staan tal van voorbeelden.

 

Het interieur van de Hollandse huizen ademde, in tegenstelling tot de chaotische drukte op de markten. een vredige rust. De kamers waren schoon en ordelijk, soms met koele, zwart-witte tegelvloeren. Bij beter gesitueerden trof men zware houten-met snijwerk versierde meubels aan en de zo geliefde schilderijen. Een bezoeker uit Engeland zag in 1640 tot zijn stomme verbazing schilderijen bij de slager, de bakker en de schoenmaker. De Nederlanders hielden van realistische' schilderijen die het dagelijks leven uitbeeldden.

Trouwerijen en openbare feesten waren soms een luidruchtige aangelegenheid, evenals de jaarlijkse kermis. Eten vormde hierbij een belangrijk onderdeel. Thuis at men gerste- of roggebrood, bonen, rapen en gebakken uien. Gerookte of ingelegde haring was dagelijks voedsel en men at ook gezouten vlees en spek. Hutspot was het nationale gerecht.

De Nederlandse vrouwen hadden naar 17e-eeuwse maatstaven tamelijk veel rechten. Meisjes werden voldoende geschoold om in de toekomst de zaken waar te nemen bij afwezigheid of overlijden van hun man.

Religieus besef was diep geworteld in de samenleving. De dag begon met gebed en bijbellezing en het vrome gezin vormde de kern van iedere kerkelijke gemeente. Properheid, allereerst in huis, leek een typisch calvinistische deugd. Het viel vreemdelingen meteen op dat Nederlandse huisvrouwen altijd aan het schrobben en boenen waren.

 

 

Handelsgeest Amsterdamse kooplui en stadsbestuurders, zoals deze door Rembrandt geportretteerde staalmeesters van het lakengilde, waren de beschermheren der kunsten. Zij gingen in sober zwart gekleed