De Hanze

 

Tijdens de vroege middeleeuwen werd de handel in de streken rond de Baltische Zee en de Noordzee door de Vikingen en de Friezen beheerst. Dat veranderde echter op het einde van de 12de en in het begin van de 13de eeuw. Germaanse kolonisten namen de controle in het Baltische gebied over. Bestaande havens als Lubeck werden groter en er ontstonden nieuwe handelssteden langs de Baltische kust. Spoedig verschenen Duitse kooplieden in de handelsstad Novgorod in Rusland. Ondertussen begonnen andere steden aan de Noordzee, zoals Hamburg. Amsterdam, Antwerpen en Brugge, en aan de Rijn. zoals Keulen, hun handel met Noordwest-Europa uit te breiden.

In deze steden woonden koopliedenfamilies die verre reizen maakten. Ze werden vaak door rovers en piraten bedreigd. In 1241 sloten de burgers van Lubeck en Hamburg een verdrag. : ze besloten hun handelsgoederen samen te brengen om hun handelsroutes te beveiligen en elkaars kooplieden te beschermen. Spoedig sloten nog vele andere steden dergelijke verdragen om hun handelaars te helpen en te beschermen. Die verenigingen van handelssteden vormden samen de zgn. Hanze. Tot de 15de eeuw domineerde ze de handel in Noord- en West-Europa.

 

Privileges

 

De Hanzesteden bezaten handelsprivileges in vele niet-Hanzesteden, waar ze opslagplaatsen en woonwijken bouwden. In de Nederlanden was Vlaanderen het belangrijkste handelsgebied.

Steden als Sluis, Antwerpen, Damme en vooral Brugge, dat aan het Zwin was gelegen, beleefden een geweldige bloei. In 1252 kreeg Brugge belangrijke privileges. Toen de Hanze haar  voorrechten bedreigd voelde, nam ze maatregelen.

 

Zo werd de haven van Brugge enkele malen geblokkeerd of werd het Hanzekantoor naar elders verplaatst (o.a.naar Aardenburg, Deventer en Antwerpen)..

In het noorden kenden vooral Dordrecht,Amsterdam,Kampen en Zwolle een grote bloei dankzij de Hanze.

Aparte vermelding verdienen de Vlaamse Hanze in Londen en de Hanze van de 17 steden. Eerstgenoemde was een vereniging van gilden  uit een aantal Vlaamse steden (o.a. Ieper)  onder leiding van Brugge.

Ze ontstond in de 12de eeuw en bezat het monopolie voor de invoer van Engelse wol

Toen de Engelse koning in 1294 beval de wol nog slechts naar één haven op het continent te vervoeren, begon het verval van die Hanze. De bloei van de Engelse lakennijverheid in de 14de eeuw betekende bovendien het einde van de invoer van Vlaamse  wol.

De Hanze van de 17 steden was een vereniging van lakenhandelaars uit de Nederlanden,

die in het begin van de 13de eeuw ontstond. Zij voerden vooral handel met enkele Franse

 steden uit Champagne. Ze geraakte  echter spoedig in verval.

 

Verval van de Hanze

In de 15de eeuw begon de Hanze aan macht in boeten. De onafhankelijkheid van de belangrijkste steden werd door de groeiende macht van de Duitse stadsstaten bedreigd. In 1442 nam Frederik van Brandenburg de macht over in Berlijn en de burgers verloren hun onafhankelijkheid. Twintig jaar later vond hetzelfde in Rijnstad Mainz plaats.

 

Kooplieden mochten geen handelsovereenkomsten meer afsluiten  met buiten hun vorstendommen gelegen steden.

In 1478 veroverde de grootvorst van Moskou Ivan III Novgorod en verdreef er de Hanzekooplieden.

Ondertussen hadden de Engelse, en vooral de Noordnederlandse handelaars meer succes.

Toen de nijverheid er opbloeide, werden ze  steeds minder afhankelijk van de toevoer van andere Hanzesteden.

Dank zij de steun van de Denen trokken Noordnederlandse kooplieden naar het Baltische gebied en werden er de belangrijkste handelaars met het Westen.

 

Bijeenkomsten van kooplieden

 

De Hanze had een algemene  vergadering, die op onregelmatige tijdstippen bijeenkwam. Ze bezat geen absoluut gezag. maar kon wel lastige leden tot de orde roepen. De leden ervan vergaderden niet als politici maar als zakenlui en bespraken handelsproblemen.

Bij gelegenheid  kwamen ze wel in de politiek tussenbeide, bijvoorbeeld toen ze koning Waldemar van Denemarken dwongen hen de controle te verlenen over de Sont,het kanaal dat de Baltische Zee met de Noordzee verbindt. Dat was nodig omdat piraten er vaak de vissers- en handelsvloten bedreigden. Als de Hanze er voordeel in zag, werd haar vloot aan noordelijke vorsten verhuurd.

  

Glasraam van de bontwerkers in de kathedraal vanhet Franse Chartres.
Bont uit Rusland en de Baltische strekenwas een belangrijk handelsgoed voor de Hanze.

 

 

De Russische stad Novgorod in de 15de eeuw. Zewas een belangrijk handelscentrum voor amber, bonten was.
Het was de verste stad tot waar de Hanzekoopliedenkwamen.

 

De Hanze bereikte haar hoogtepunt in de 14de eeuw. Er bestaat geen officiële lijst van de leden-steden, maar er waren er waarschijnlijk meer dan honderd. De belangrijkste waren Reval (Tallinn). Riga Danzig(Gdansk) en Thorn (Toren) aan de Baltische kust, Keulen aan de Rijn en Hamburg, Bremen, Amsterdam. Antwerpen en Brugge aan de Noordzee. De allerbelangrijkste was Lübeck.

Graan, teer, bont, hout, houtskool. vlas hennep en was uit Oost-Europa werden vanuit de Baltische havens verscheept.

Vanuit Zweden kwamen koper en ijzer. Haring uit Zweden en kabeljauw en walvistraan uit Noorwegen waren eveneens belangrijk.