EUROPA IN BEWEGING

 

KENNIS NEEMT TOE DOOR HET GEDRUKTE WOORD

 

Het mediatijdperk begon met de boekdrukkunst, die het menselijk bewustzijn totaal veranderde. Voor het eerst konden velen kennis nemen van de werken van een geleerde minderheid: het was het begin van een ongekend

netwerk van communicatie. Er ging echter de nodige tijd overheen voor het zover was.

Toen halverwege de 15e eeuw de eerste gedrukte boeken in Europa verschenen. Bestond een oplage gemiddeld uit zo'n 200 exemplaren. Men bezag een boek nog met middeleeuwse ogen, en wel als een soort schat. Door monniken geschreven en verluchte manuscripten, prachtig gebonden, gingen nog van de hand voor een hele wijngaard of een kudde koeien. Hoewel er nu meer exemplaren te koop waren voor geld, bleven boeken aanvankelijk nog een sta­tusverhogend en kostbaar bezit.

In 1522, toen Maarten Luther zijn 'bestseller publiceerde, het Nieuwe T estament in het Duits, bedroeg de eerste oplage 3000 exemplaren.

Elk boek kostte een halve (goud)gulden, ongeveer het weekloon van een goed vakman, ofwel de waarde van 13.5 kg rundvlees.

De drukkunst is niet in Europa uitgevonden. De eerste gedrukte teksten komen uit het Verre Oosten (China) en dateren uit de 8e eeuw: ze zijn gedrukt met één enkel houtblok,net als houtsneden. Een boek dat met losse letters was gedrukt, werd voor het eerst gepubliceerd in Korea, in 1409.

 

Bijbel in drukletters

In 1456 verscheen in de Duitse stad Mainz een waar juweel van boekdrukkunst Het was een bijbel, gedrukt door Johann Gutenberg: iedere bladzijde, die er even fraai uitzag als die van een prachtig manuscript, bevatte 42 regels tekst. De letters waren Gotisch van vorm, net als die van de monniken; ze waren echter niet niet een ganzeveer geschreven, maar gedrukt met losse metalen letters.

'Kunstschrift' was de term die Gutenberg zijn vinding gaf en de bijbel was een verbluffende prestatie. Hij verscheen in twee lijvige foliodelen van in totaal 1282 bladzijden: op elke pagina stonden zo'n 2620 tekens. Men denkt dat er in totaal zo'n 3 miljoen tekens zijn gebruikt.

Het betekende een ware omwenteling. Voorheen was men een maand bezig geweest met het kopiëren van één enkele bijbel - nu konden ze in grote aantallen tegelijk worden geproduceerd. Net als andere drukkers uit die begintijd hield Gutenberg zijn methoden geheim en hij schijnt de oplage opzettelijk beperkt te hebben gehouden om de markt niet te bederven. Niettemin drukte hij een paar honderd exemplaren. waarvan er nu nog achtendertig bewaard zijn gebleven. Een paar van Gutenbergs bijbels waren op 'vellum' gedrukt, een fijne perkamentsoort van kalfs- of geiteleer, die de kopiisten altijd voor hun manuscripten gebruikten.

Dat was echter een duur materiaal. Papier was niet alleen goedkoper maar bood ook een beter oppervlak voor de geinkte letters.

Voor de massaproduktie van gedrukte boeken werd de papierfabricage al snel een even belangrijke nijverheid als het drukken zelf. Het papier werd gemaakt van lompen, die gekookt werden en tot een homogene brij gestampt, waarna het vocht eruit werd geperst. Toen de vraag toenam. kwamen er steeds meer papiermolens die met een waterrad de enorme stampers aandreven.

 

 

 

De gekleurde decoraties in deze Gutenbergbijbel zijn met de hand aangebracht.

De regels zijn even lang gemaakt door de spaties aan te passen.

 

Roet als drukinkt

 

Voor het drukken was de gezamenlijke inspanning van een aantal verschillende vaklieden nodig.

Zo werkten in de gieterij mannen die lettergieters werden genoemd;zij goten gesmolten metaal in kleine langwerpige matrijzen die, als het metaal afgekoeld en gehard was, de letters in relief opleverden.

De scherpe randjes werden weggevijld, waarna de letters naar de (letter)zetter gingen, die ze sorterde en zette.

De zetter had een manuscript voor zich waar hij steeds goed naar keek alvorens de benodigde letters te pakken en die in een langwerpig bakje te plaatsen, de zgn. zethaak.

Aan de hand van een proefdruk werd de tekst regel voor regel gecorrigeerd, waarna alle regels werden overgebracht naar een paginagrote drukvorm.

Als de vorm vol was ging hij naar het personeel aan de drukpers.

Naa een laatse eindfase controleerde een corrector de eerste afdrukken en daarna gingen ze naar de boekhandelaar die ze inbond.

 

 

Door de tijdgeest gedreven sneden artsen het menseljk lichaam open om te zien hoe het werkte.

Een van die pioniers was de Vlaamse anatoom Andreas Vesalius, wiens invloedrijke werk

'Over de vorm van het menselijk lichaam' verscheen in 1543.

Dit complexe procédé, dat in een handvol Duitse steden werd ontwikkeld, verspreidde zich al snel naar het buitenland. Dit was voor een deel te danken aan Duitse drukkers die met hun uitrusting rondreisden, en alle bovengenoemde taken zelf vervulden. In 1500 waren er in 250 Europese steden al drukpersen, die de honger naar gedrukt materiaal moesten bevredigen.

De vraag naar religieuze werken was het grootst en er was van alles op dit gebied, van losse vellen met houtsneden van heiligenlevens en een minimum aan tekst, tot aflaatbrieven. getijdenboeken, missalen en hele bijbels aan toe.

Luthers volgelingen in Duitsland vonden tijdens hun hervormingsstrijd de massapropaganda uit. Preken, theologische verhandelingen, vlugschriften en zelfs beeldverhalen volgden elkaar in hoog tempo op, geillustreerd met menige houtsnede van de paus in Rome als duivel of monster. 'Simpele zielen,' zo beweerde Luther. 'onthouden bijbelse geschiedenis beter door platen en afbeeldingen dan door kale woorden of doctrines.'

Andere pijlers de nieuwe boekdrukkunst vormden de Latijnse klassieken, juridische werken en schoolboeken. Het koperspubliek bestond bijna geheel uit beroepsbeoefenaren als artsen, juristen en leraren: de klassieke auteurs waren populair omdat iedereen die geschoold was Latijn kende. Een Venetiaanse drukker, Aldus Manutius, werd bekend door zijn grammatica's en Griekse en latijnse klassieken in zakformaat, die zelfs de armste geleerde zich nog kon veroorloven. Hierdoor ontstond een hernieuwd respect voor de kennis uit de oudheid. Naast het drukke gotische schrift ging men na verloop van tijd ook het beter leesbare romeinse lettertype gebruiken en kwamen er steeds meer onderwerpen aan bod. Er verschenen boeken over etiquette. handleidingen over hygiëne en voeding, stadsgidsen en verslagen van grote ontdekkingsreizen. In de Lage Landen werd in 1477 voor het eerst een boek (een bijbel) in de volkstaal gedrukt (Delft), uit 1486 stamt een Karel ende Elegast. Deventer leverde schoolboeken en Antwerpen volksboeken (Reynaert de Vos, Tijl uilenspiegel), prozaromans en Mariken van Nieumegen (1514).

Sommige denkers uit die tijd bedachten zich echter wel tweemaal voor ze iets lieten drukken. Zo formuleerde de Poolse astronoom Copernicus in 1530 al zijn wereldbeeld, waarin hij concludeerde dat de aarde om de zon draaide. Zijn ideeën strookten echter niet met de leer van de Kerk dat de aarde het middelpunt van het heelal is, zodat zijn grote werk, Over de omwentelingen der hemellichamen, pas verscheen in 1543, het jaar waarin hij stierf. Hij zou het eerste exemplaar op zijn sterfbed hebben gekregen.

De drukkunst was echter niet de enige nieuwe, industrie in deze eeuw van verandering.

Zij was ontstaan uit een lange industriële traditie in Duitsland rond de welvarende bedrijven van metaalbewerkers.

Vooral Neurenberg,met zijn constante toevoer van zilver en goud uit de mijnen van Saksen, was een centrumvan nijverheid en handel.

Er waren meer dan 140 verschillende soorten ambachtslieden, onder wie wapensmeden, slotenmakers, klokkenmakers en instrumentmakers.

 

 

Door de komst van de dub­bele boekhouding konden bankiers als Fugger hun transacties vastleggen

 

PIONIERSWERK

Voor de 15e eeuw drukte men in Europa via een ingewkkeld procédé, waarbij iedere bladzijde afgedrukt werd van een aparte houtsnede (de zgn. blokdruk). Het grote voordeel van Johann Gutenbergs losse letters was dat ze eindeloos gecombineerd konden worden en weer losgehaald en opnieuw gezet voor de volgende tekst. De techniek beantwoordde aan de vraag Hoor een middel voor het snel verspreiden van kennis en ideeën. Het zetten en drukken ging met de hand, zodat het nog niet heel snel was: er ging nog zo'n350 jaar overheen vaar de eerste elektrische pers verscheen. De eerste lettertypen waren gebaseerd op het gotische handschrift. In 1465 werd in Italië het nu nog gebruikte romein- of mediaevaltype door twee Duitse drukkers toegepast

Eind 75e eeuw werd een nieuwe schrift met verbonden, schuine letters populair, men kon het leren uit Ludovico dagli Affighis Operina van 1539. Aan de hand daarvan ontwikkelde de Venetiaanse, drukker Aldus Manutius het cursievelettertype.

 

  

 

De opzichter houdt een oogje op op de zetters ,een collega inkt de tekst voordat hij onder de draaipers gaat.

word to html converter html help workshop This Web Page Created with PageBreeze